Spint (Tetranychus urticae): herkennen en aanpakken
Bijgewerkt: 24 augustus 2026
Spint is een van de meest sluipende plagen op kamerplanten, want tegen de tijd dat je het opmerkt heeft het zich meestal al verspreid. Een spintmijt is kleiner dan een halve millimeter en met het blote oog vrijwel niet te zien. De diagnose stel je niet aan het beestje maar aan de sporen die het achterlaat.
Het is geen insect maar een mijt, en die staat dichter bij de spinnen. Daardoor gedraagt hij zich ook anders dan een insect: Hij spint een web.
Hoe je het herkent
Het betrouwbaarste teken is het spinsel. Aan de onderkant van bladeren, op de plek waar de bladsteel aan de stengel zit en op de scheuttoppen zie je heel fijne, onregelmatige webjes. Wat het onderscheidt van een spinnenweb is dat er geen regelmatig patroon in zit. Bij een zware aantasting kunnen de toppen van de plant helemaal onder het spinsel komen te zitten.
Het tweede teken is de spikkeling. De mijten zuigen de bladcellen één voor één leeg. Op de bovenkant van het blad verschijnen eerst heel kleine lichtgele stipjes; na verloop van tijd lopen die in elkaar over en krijgt het blad een zilverachtig, stoffig of flets aanzien. Uiteindelijk droogt het blad uit en valt het af.
De witpapiertest. Houd een wit vel papier onder het blad en tik zachtjes tegen dat blad. Bewegen de stipjes die erop vallen, dan zit er spint.
Kleur: meestal geelgroen of roodachtig, met twee donkere vlekken. Door hun formaat is de kleur meestal toch niet te onderscheiden.
Zachte beestjes die je met het blote oog goed ziet en die opeengepakt op de scheuttoppen zitten, zijn geen mijten; kijk daarvoor bij Bladluis.
Trips geeft ook spikkeling en die twee worden vaak verward. Het onderscheidende teken is het spinsel: bij spint zit er een fijn, onregelmatig web, bij trips niet. Trips laat daarentegen kleine zwarte uitwerpselstipjes achter op de zilverachtige plekken. Is er geen spinsel en zitten er zwarte stipjes op de vlekken, kijk dan bij Trips.
Waarom het opkomt
Spint houdt van warme, droge lucht. Bij kamerplanten zie je het het vaakst in de wintermaanden, want de verwarming drukt de luchtvochtigheid binnen duidelijk omlaag.
Planten die boven of vlak bij een radiator staan, plekken waar een luchtstroom langs droogt, en planten waarvan het blad maandenlang niet nat wordt, lopen meer risico.
Wat je eraan doet
1. Zet de plant apart. Spint verspreidt zich makkelijk via bladcontact en via de luchtstroom. Controleer ook de planten die ernaast staan.
2. Spoel de plant grondig af onder de douche. Dit is de doeltreffendste manier. Houd lauw water vooral aan de onderkant van de bladeren. De mijten en het spinsel spoelen mee. Dek de bovenkant van de pot af zodat de potgrond niet uitspoelt.
Haast je hier niet doorheen; spoel de onderkant van elk blad afzonderlijk af.
3. Pak de droge lucht aan. Dit is de voorwaarde om het opgelost te houden. Zolang de lucht droog blijft, komt de spint terug.
- Haal de plant weg van de plek pal boven een radiator en uit de warme luchtstroom.
- Zet planten bij elkaar; dat verhoogt de luchtvochtigheid om ze heen.
- Welke maatregelen tegen droge lucht werkelijk iets doen en welke niet, staat op Droge lucht.
4. Herhaal ongeveer wekelijks. Spint vermeerdert zich in een warme omgeving razendsnel, en afspoelen haalt de eitjes niet volledig weg. Herhaal het minstens drie keer, en bij een zware aantasting eerder vijf keer.
5. Haal zwaar aangetast blad weg. Blad dat helemaal zilverachtig is geworden en begint uit te drogen, knapt niet meer op. Wegknippen verlaagt het aantal mijten en stuurt de energie van de plant naar het gezonde blad. Gooi het weg in plaats van het op de composthoop te leggen; kijk bij je gemeente wat er in de GFT-bak mag.
Wat niet werkt
- Alleen de bovenkant van het blad afvegen. De mijten zitten eronder; de spikkeling erboven is alleen het gevolg.
- Schoonmaken zonder de luchtvochtigheid aan te pakken. Zolang de lucht droog blijft, komt de populatie terug.
- Eén enkele behandeling. Door de eitjes is herhalen noodzakelijk.
- Het blad met een bladglansmiddel afnemen. Dat verbergt de mijten en het belemmert het blad.
Bij welke planten vaker
Soorten met dun en zacht blad lopen meer risico. Bij planten met dik, leerachtig blad komt het minder voor. Elke plant die in droge lucht staat en waarvan het blad nooit nat wordt, loopt risico.
Bij planten die juist vocht willen, zoals de Calathea, de Maranta en varens, komt spint zowel vaker voor als sneller schadelijk uit, want die planten zijn door de droge lucht al verzwakt.
Planten waarbij het vaak wordt gemeld zijn de areca palm, waarvoor spint zo ongeveer de grootste kwelgeest is, de Maranta, de bergpalm en de croton. Andere planten die er via droge lucht risico op lopen zijn de Calathea, de Alocasia, de lepelplant en de Schefflera.
Voorkomen
- Houd planten in de wintermaanden weg bij de radiator.
- Zorg voor meer vocht rond planten die daarom vragen.
- Spoel het blad af en toe af; dat haalt het stof weg en maakt het spint moeilijker om zich te vestigen.
- Maak er een gewoonte van om maandelijks onder een paar bladeren te kijken. Zie je spint vroeg, dan is één keer afspoelen genoeg; zie je het laat, dan ben je weken bezig.
- Houd nieuwe planten twee tot vier weken apart.
Bij een hardnekkige of terugkerende aantasting kun je het beste advies vragen bij een tuincentrum of hovenier.